April voor koude kas; eind april voor buitenrassenZaai warm binnen voor en reserveer voldoende lichte opkweekruimte.
- Kiemen en temperatuur
- Kiem warm, rond 20 °C; jonge planten blijven gevoelig voor koude.
- Na de opkomst
- Zet zaailingen direct na opkomst licht. Een donkere zolder vraagt geschikte groeiverlichting; warmte alleen is onvoldoende. Ventileer en houd de grond vochtig, zonder haar te verzadigen.
- Verspenen en oppotten
- Zaai in afzonderlijke potjes of diepe modules. Verspeen niet met kale wortels; zet de hele kluit over voordat de wortels vastlopen.
- Afharden en uitplanten
- Laat binnen opgekweekte planten geleidelijk aan zon, wind en buitentemperatuur wennen; zet ze bij koude nachten weer beschut. Zet een intacte kluit pas op de eindplek wanneer grond en nachten warm genoeg zijn. Buiten na de laatste vorst, gewoonlijk eind mei–juni.
Een februaristart hoort bij een daadwerkelijk verwarmde kas als vervolgplek. Kies een kasras of buitenras dat bij je eindplek past.
Bronnen en toepassing
RHS · komkommer ↗Britse teeltrichtlijn voor een gematigd klimaat; de genoemde perioden zijn richtlijnen voor Nederland en Vlaanderen.
Feggies · Augurk Hokus — ras- en teeltbeschrijving ↗Nederlandse producent of teeltbron; de rasinstructie blijft leidend.
Feggies · Augurk Petit vert de Paris — ras- en teeltbeschrijving ↗Nederlandse producent of teeltbron; de rasinstructie blijft leidend.
Richtperioden voor Nederland en Vlaanderen. Controleer het ras, beschikbare licht, bodem en gemeten temperaturen. Kasverwarming is geen garantie voor voldoende winterlicht.