Half april–half meiZaai warm binnen voor en reserveer voldoende lichte opkweekruimte.
- Kiemen en temperatuur
- Warm kiemen; voor meloen minstens ongeveer 18 °C. Volg voor watermeloen en komkommermeloen de verpakking.
- Na de opkomst
- Zet zaailingen direct na opkomst licht. Een donkere zolder vraagt geschikte groeiverlichting; warmte alleen is onvoldoende. Ventileer en houd de grond vochtig, zonder haar te verzadigen.
- Verspenen en oppotten
- Zaai in afzonderlijke potjes of diepe modules. Verspeen niet met kale wortels; zet de hele kluit over voordat de wortels vastlopen.
- Afharden en uitplanten
- Laat binnen opgekweekte planten geleidelijk aan zon, wind en buitentemperatuur wennen; zet ze bij koude nachten weer beschut. In een warme kas of zeer beschutte warme plek, met intacte wortelkluit. Pas uitplanten wanneer koude nachten voorbij zijn.
Nederlandse buitenteelt is onzeker bij een koele zomer. Kies een geschikt vroeg type; verwar komkommermeloen niet met een gewone komkommer.
Bronnen en toepassing
RHS · meloen ↗Britse teeltrichtlijn voor een gematigd klimaat; de genoemde perioden zijn richtlijnen voor Nederland en Vlaanderen.
Association Kokopelli · Carosello Scopatizzo Barese — soort en warmtemethode ↗Soort- of productgebonden bron; buitenlandse perioden zijn geen vaste Nederlandse zaaidatum.
Royal Horticultural Society · Warmteminnende groenten in de kas — Britse gids ↗Soort- of productgebonden bron; buitenlandse perioden zijn geen vaste Nederlandse zaaidatum.
Richtperioden voor Nederland en Vlaanderen. Controleer het ras, beschikbare licht, bodem en gemeten temperaturen. Kasverwarming is geen garantie voor voldoende winterlicht.